maandag 22 oktober 2012

Top 5 kortstzittende naoorlogse kabitten

Wat zijn de kortstzittende kabinneten van na de oorlog? Welke partijen vochten elkaar binnen een jaar de tent uit? Hieronder staat de lijst met de minst succesvolle naoorlogse kabinetten.

1. Balkenende 22 juli 2002-16 oktober 2002 (CDA, VVD, LPF): 87 dagen


Jan Peter Balkenende heeft een recordaantal gesneuvelde kabinetten op zijn naam staan; drie van zijn vier ploegen hebben hun termijn van vier jaar niet uitgezeten. Zijn eerste kabinet was wel het meest rampzalige. Na de dood van Pim Fortuyn kwam de LPF LPF met een grote fractie de tweede kamer binnen. De LPF was echter wel zijn leider kwijtgeraakt en de partij maakte een stuurloze indruk. Niet alleen de fractie was een puinhoop, maar ook tussen de LPF-ministers onderling was het bonje.

Balkenende recordhouder gevallen kabinetten.
Balkenende in 2006

Minister van Economische Zaken Herman Heinsbroek en Eduard Bomhoff van Volksgezondheid, Welzijn en Sport konden elkaar niet luchten of zien. Op 16 oktober 2002 boden beide ministers hun ontslag aan, maar dit bleek niet voldoende om het vertrouwen van het kabinet in verdere samenwerking met de LPF te herstellen. Het kabinet viel, als gevolg van deze LPF-crisis, nog diezelfde dag.

2. Zijlstra 22 november 1966-5 april 1967 (KVP, ARP): 135 dagen

Dit kabinet is een overgangskabinet dat wordt gevormd na de val van het kabinet-Cals in de Nacht van Schmelzer. Belangrijkste taak is het uitschrijven van vervroegde Tweede Kamerverkiezingen en het afhandelen van lopende zaken, zoals de voorbereiding van de begroting voor 1967.

3. Beel II 22 december 1958-19 mei 1959 (KVP, ARP, CHU): 149 dagen

Kabinet Beel II is de opvolger van het kabinet Beel I dat wegens het opstappen van de PvdA gevallen was. Het kabinet is een overgangskabinet met als voornaamste taak de Tweede Kamer te ontbinden en Tweede Kamerverkiezingen uit te schrijven. Het bestaat uit ministers van de KVP, ARP en CHU. De ministersposten die na het vertrek van de PvdA-ministers zijn ontstaan, worden tijdelijk door zittende ministers waargenomen. Alleen minister-president Beel (KVP) is als nieuwe minister opgetreden.
Het kabinet treedt op 22 december 1958 aan en wordt op de verkiezingsdag, 12 maart 1959, na 149 dagen demissionair. 

4. Van Agt III 29 mei 1982-4 november 1982 (CDA, D66): 159 dagen

Het kabinet van Agt III

Dit kabinet is de opvolger van het treurige kabinet van Agt II. Van Agt II bestaat uit de partijen CDA, PvdA en D’66. De aartsrivalen Joop den Uyl  en Dries van Agt zijn tot elkaar veroordeeld in één kabinet, zeker als geen van beide bereid is om in de kamer te gaan zitten.
De formatie duurt maanden en als er eenmaal een kabinet gevormd is, sneuvelt het al voor de regeringsverklaring op 16 oktober 1981.
Op 29 mei komt er een rompkabinet van CDA en D’66, met gedoogsteun van de VVD. Dit kabinet wordt van Agt III. Deze constructie heeft als belangrijkste taak om de verkiezingen uit te schrijven en de begroting voor 1982 op te stellen. Topambtenaren schrijven een ambtelijk stuk ‘De Zure Appel’ waarin ze zonder politieke bezwaren een uitweg zoeken uit de crisis. Het wordt de basis voor de begroting van 1982 waar het nieuwe kabinet Lubbers zich presenteert als harde saneerders.

5. Balkenende III 7 juli 2006-22 februari 2007 (CDA, VVD) 230 dagen

Balkenende II bestaat uit de partijen CDA, VVD en D66. Op 30 juni 2006 verloor dit kabinet de steun van de coalitiepartner D66 na onvrede over het functioneren van VVD immigratie-minister Rita Verdonk. De bewindslieden van D66 dienden hun ontslag in, waardoor het kabinet de parlementaire meerderheid verloor en demissionair werd.  CDA en VVD besluiten om verder te gaan in Balkenende III. Dit minderheidskabinet van CDA en VVD is een overgangskabinet. De D66 ministersposten worden door 2 staatssecretarissen van de demissionaire kabinet ingevuld. Joop Wijn wordt minister van Economische Zaken en Atzo Nicolaï minister voor Bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties.
Na publicatie van het rapport-Van Vollenhoven over de Schipholbrand waarbij elf asielzoekers de dood vonden, treden de ministers Donner en Dekker af op 21 september 2006. Hun plaatsen worden ingenomen door oudgedienden Ernst Hirsch Ballin en Pieter Winsemius.Op 22 november 2006 (Tweede Kamerverkiezingen) biedt het kabinet zijn ontslag aan en wordt het demissionair.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten